
Het was het meest herkenbare gebouw uit de Udense geschiedenis: het spoorwegstation dat Uden had tussen 1873 en 1982. Via het spoor was het dorp rechtstreeks verbonden met de hele wereld. Tot de sloop volgde.
Zelfs Duitse, Russische en Engelse vorsten en tsaren zagen het spoorwegstation van Uden. De spoorlijn tussen Wesel en Boxtel was de kortste verbinding tussen Rusland, Duitsland en Engeland, waardoor er ook wel eens vorstenhuizen per internationale trein langs Uden kwamen.
Want heus: Uden had een station. Het is nu bijna niet meer voor te stellen: het dorp was via spoor rechtstreeks verbonden met de rest van de wereld. Dagelijks reden er meerdere treinen over het spoortracé dat in de volksmond het Duits Lijntje heet. En altijd werd er gestopt bij het station in Uden.
Dankzij de komst van het Duits Lijntje – de spoorlijn van de Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorweg-Maatschappij (NBDS) – kreeg ook Uden in 1873 een eigen station. De spoorlijn verbond vanaf 1878 het Duitse Wesel met Boxtel via stations in Goch, Gennep, Veghel, Schijndel – en dus ook Uden.
Vaste haltes op het traject
Station Uden, geopend op 15 juli 1873, was een van de vaste haltes op het traject. De stoptreinen, vooral voor goederenvervoer, waren belangrijk voor Uden. Ze vervoerden producten voor en van de veemarkten, de boerenbond, de kersenveiling, de strohulzenfabriek en de kunstmestfabriek van Coenen & Schoenmakers.

Maar de trein werd ook gebruikt voor personenvervoer. Op het station in Uden, bijna identiek aan dat in Gennep, stapten onder andere de studentes van het Pensionaat der Zusters Ursulinen en de studenten van het Missiehuis en de Kruisheren op de trein. En de Belgische vluchtelingen die op Vluchtoord verbleven, kwamen eveneens per trein.
Ook vertegenwoordigers van Europese vorstenhuizen en tsarenfamilies passeerden Uden. Zo stond koning George V van het Verenigd Koninkrijk in 1912 een uur stil in Uden, omdat de remmen van de koninklijke trein warmgelopen waren en moesten afkoelen. De vraag is wel of hij veel van Uden en omgeving heeft gezien.
Ruime wachtkamers
Het station stond aan wat nu de Losplaats heet. Het stationsgebouw had twee verdiepingen. De begane grond – zo beschrijft Adriaan Sanders in Grepen uit de geschiedenis van de gemeente Uden – bestond uit een hal, kantoren met loketten en aan weerszijden ruime wachtkamers. De tweede verdieping was de woning van de stationschef. Iets verderop stond nog een goederenloods met een laadbordes.
Met de opkomst van andere transportmiddelen – bussen, vrachtauto’s en meer personenauto’s – werd het personenvervoer op de spoorlijn in 1950 gestaakt. Met uitzondering van een carnavalstochtje per trein. In 1972 kwam er ook een einde aan het goederentransport via het Duits Lijntje. In 1978 werden zelfs de rails grotendeels verwijderd.

Het oude stationsgebouw had toen zijn oorspronkelijke functie al lang verloren. Meubelfabriek Dico liet het stationsgebouw in 1967 voor ongeveer 40.000 gulden verbouwen tot pension Turquoise. Die naam kreeg het vanwege de kleur. Er werden 27 Turkse en vier Marokkaanse gastarbeiders ondergebracht. In 1969 brak er brand uit, waarna een verbouwing volgde.
Daarna was het in Uden echt een gepasseerd station. De sloophamer maakte in 1982 een einde aan het kenmerkende gebouw. Dat was het definitieve einde van het treinvervoer in Uden. Al zijn er nog steeds mensen die ijveren voor terugkeer van het Duits Lijntje in een modern jasje. Voor het station is het echter te laat. Eeuwig sùnd.
